publicatie FD subtracers

Publicatie 06-07-2018 in FD door Sander Wolfensberger

Ruim 21.000 innovatieve bedrijven kregen het afgelopen jaar in totaal bijna €1,2 mrd subsidie uit de innovatie- en onderzoeksregeling WBSO. Het aantal bedrijven dat profiteert van deze innovatiesubsidie daalde in 2017 echter met 5% ten opzichte van het jaar daarvoor, aldus het jaarverslag Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk 2017. Volgens staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken komt dat doordat bedrijven minder tijd besteden aan onderzoek en ontwikkeling, en alle inspanningen richten op hun primaire bedrijfsprocessen nu het economisch voor de wind gaat.

De redenering van Keijzer is kenmerkend voor de manier waarop bij de overheid over innovatie wordt gedacht: die is volstrekt achterhaald. Uit de Innovatiebarometer 2017 blijkt dat economische groei juist bevorderend werkt voor innovatie. Logisch: bij economische voorspoed is het extra belangrijk om te innoveren en tijdig nieuwe producten en diensten op de markt te brengen, omdat je anders wordt ingehaald door innovatieve nieuwe spelers.

Het dalende aantal innovatiesubsidies is geen gevolg van de economische groei, maar van de complexe aanvraagprocedure voor de WBSO en de steeds strengere beoordeling van IT-aanvragen. De aanvraagprocedure wordt bepaald en gecontroleerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dit uitvoeringsorgaan van de overheid heeft aangekondigd dat het de procedure voor de WBSO zal vergemakkelijken en gebruikersvriendelijker zal maken, maar vooralsnog slagen weinig bedrijven erin om de subsidie te bemachtigen zonder een gespecialiseerde intermediair in te schakelen.

Behalve de complexe aanvraagprocedure is de afname van het aantal bedrijven dat profiteert van de WBSO te wijten aan de steeds strengere beoordeling van met name IT-gerelateerde aanvragen. De RVO eist namelijk dat bedrijven concrete resultaten aangeven op codeniveau. Het indienen van een aanvraag voor de WBSO mag bovendien maximaal drie keer per jaar en die aanvraag dient minstens een kalendermaand voor het begin van de betreffende periode te gebeuren.

Het is duidelijk dat deze eisen niet overeenkomen met de steeds kortere ontwikkelcycli in de IT-branche – die duren gemiddeld twee tot vier weken. Die korte cycli stellen IT-bedrijven in staat om flexibel te kunnen ontwikkelen. Als gevolg kunnen projecten zich anders ontwikkelen dan in detail is aangegeven bij de RVO. Het gevolg: innovatiesubsidies worden niet toegekend.

Het wordt tijd dat de RVO dit manco in de aanvraagprocedure erkent en aanpakt. De IT-sector is de grootste groeisector van Nederland en bovendien fundamenteel voor innovatie in alle andere sectoren. Als er een sector is die innovatiesubsidie verdient is het de IT-sector. Door star vast te houden aan de WBSO-aanvraagprocedure voor IT-bedrijven bewijst de overheid Nederland geen goede dienst.

SUBtracers FD