Onlangs vierde de WBSO haar 25ste verjaardag. Sinds 1994 fungeert de WBSO als een fiscale stimuleringsregeling voor Speur en Ontwikkelwerk (S&O). In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft onderzoeksbureau Dialogic recent een 256 pagina’s tellend rapport gepresenteerd waarin zij de WBSO-regeling evalueert voor de periode 2011-2017. Er is onderzocht in hoeverre de WBSO op een doeltreffende en doelmatige wijze heeft bijgedragen aan de verhoging van de S&O-inspanningen van bedrijven in Nederland (eerste orde effecten), innovatie (tweede orde effecten) en bedrijfsprestaties (derde orde effecten) en aan het fiscale vestigingsklimaat voor R&D-bedrijvigheid in Nederland.

Resultaten van de evaluatie in hoofdlijnen

De WBSO is bij uitstek een regeling die het mkb bedient. 97% van de gebruikers behoort tot dit segment. Maar gerekend in budget profiteert ook het groot bedrijf met een aandeel van 37%. Jaarlijks zijn er ongeveer 22.000 WBSO gebruikers en in 2017 werden er 35.515 aanvragen toegekend. Het positieve effect van de WBSO manifesteert zich vooral in de toename van het aantal uitgevoerde S&O uren. Daarnaast is er sprake van een lichte stijging van het gemiddelde S&O-uurloon wat mogelijk duidt op loonstijgingen in het R&D segment en een hoger aandeel relatief duur S&O-personeel. Een ander belangrijk meetmiddel dat Dialogic hanteert is de ‘Bang for the Buck’ (BFTB), die wordt ingeschat op 0,9 op de lange termijn. Dit betekent dat er voor elke euro extra WBSO, €0,90 euro extra wordt geïnvesteerd in S&O. Met andere woorden, iedere euro gederfde belastingopbrengst levert op de lange termijn naar schatting iets minder dan één euro S&O op. Of de WBSO ook leidt tot additionele innovatie-output is econometrisch lastig te onderzoeken. Dit heeft voornamelijk te maken met het gegeven dat het sterk varieert hoe lang het duurt voordat S&O-inspanningen leiden tot een daadwerkelijke innovatie. Wel blijkt er een positief verband te zijn tussen een hogere S&O-loonsom en het aandeel omzet uit innovatieve producten en diensten. Tot slot zegt 85% van de ondervraagde WBSO-gebruikers dat de WBSO aansluit bij de wijze waarop R&D wordt uitgevoerd. Bovenstaande bevindingen zijn slechts een kleine greep uit het volledige rapport. Dialogic komt tot de conclusie dat de WBSO een kostenefficiënte regeling is waarbij, rekening houdend met het spillover-effect, de baten groter zijn dan de kosten van de WBSO.

Aanbevelingen voor de toekomst

Gedurende de evaluatie zijn ook enkele vraagstukken naar boven komen drijven die Dialogic benoemt in de vorm van aanbevelingen voor verdere vormgeving van de WBSO, waarvan we onzes inziens de belangrijkste uitlichten:

  1. Formuleer de rationale of beleidstheorie van WBSO en beschrijf hoe dit relateert aan de doelstellingen. Het ontbreekt de WBSO nog steeds aan een uitgewerkte beleidstheorie. De doeltreffendheid van de WBSO is afhankelijk van wat er mee wordt beoogd.
  2. Voer vooralsnog geen aanpassing van drempels en plafonds in de WBSO door. Drempels moeten garanderen dat een regeling uitvoerbaar blijft, maar moeten niet de toegang voor met name starters beperken. Plafonds moeten voorkomen dat sterk R&D-georiënteerde bedrijven te veel profiteren van een regeling, maar kennen als risico dat R&D onnodig wordt ingeperkt.
  3. Heroverweeg hoe S&O in ICT en softwareontwikkeling het beste binnen en buiten de WBSO kan worden gestimuleerd. Het belang van digitale concepten zoals kunstmatige intelligentie en machine learning (en bijbehorende programmeertalen) in WBSO-aanvragen neemt snel toe en de WBSO dient daarin mee te groeien. Lees hier wat we over dit onderwerp schreven in een eerdere blog.
  4. Breng de administratieve lasten voor bedrijven terug. De insteek zou moeten zijn om voorwaarden van de regeling zo stabiel, transparant en eenvoudig mogelijk te maken en ook het aantal wijzigingen te doseren. Zo blijven de administratieve lasten voor bedrijven binnen de perken en nemen deze bij voorkeur af.

En dan nog even dit

Uit analyse blijkt dat 31% van de bedrijven die bij het CBS bekend staan als bedrijven met eigen R&D-uitvoerend personeel geen gebruik maken van de WBSO. In de praktijk zal dit percentage waarschijnlijk lager zijn, mede veroorzaakt door verschil in definities en survey-methoden van het CBS. Toch is er wel degelijk een kleine groep innovatieve bedrijven die geen gebruik maakt van de WBSO, omdat ze denken dat hun vorm van R&D niet binnen de S&O definitie valt of omdat men de administratieve lasten te hoog vindt. Een ander opvallend cijfer is dat er in 2017 85% van de WBSO-aanvragers gebruik heeft gemaakt van de diensten van een intermediair. Daarbij wordt aangestipt dat een intermediair veelal voor meer wordt ingezet dan alleen het ondersteunen bij het indienen van een WBSO-aanvraag. Zo wordt aangegeven dat een intermediair een goede sparringpartner is voor de lange termijn innovatiestrategie en een scherpere uitvoering van R&D projecten.

Meer weten over de WBSO? Nieuwsgierig naar welke andere stimuleringsinstrumenten mogelijk interessant voor jou zijn? En benieuwd hoe SUBtracers kan bijdragen aan de innovatiestrategie van jouw organisatie? Doe onze quicksan, of neem direct contact met ons op!