“AI is één van de belangrijkste onderwerpen waar de mensheid aan werkt, en het zal meer impact hebben dan elektriciteit en vuur.” Aldus Google topman Sundar Pichai in februari 2018. Het gegeven dat kunstmatige intelligentie een steeds groter onderdeel van ons leven gaat worden lijkt in elk opzicht niet meer te stoppen. Inmiddels valt allang niet meer te spreken van een gestage ontwikkeling. Waar Alan Turing in 1950 de eerste intelligentietest voor computers introduceerde, zijn we een kleine 70 jaar later toeschouwers van een technologisch schouwspel met zelfrijdende auto’s, ziekte-diagnosticerende programma’s en datagiganten als Google en Facebook als acteurs. Hoewel nog honderden andere technologische ontwikkelingen te noemen zijn, zit de crux van deze laatste zin in het woord ‘toeschouwer’.

‘Nederland dreigt AI-revolutie te missen.’ Zo stelt de nationale belangenorganisatie voor startups StartupDelta na onderzoek naar de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie in Nederland. Hoewel Nederland volgens het World Economic Forum op plek zes staat voor best presterende economieën, loopt het op het gebied van innovatie sterk achter en moeten we genoegen nemen met een 19e plek. Op het moment wordt er in Nederland zo’n € 102 miljoen geïnvesteerd in startups die zich bezighouden met kunstmatige intelligentie. Ter vergelijking: in het Verenigd Koninkrijk is dit € 1,2 miljard. Wat misschien nog wel meer zegt over deze achterstand is dat het Nederland ontbreekt aan een algemene AI strategie. China heeft de ambitie uitgesproken in 2030 wereldleider op het gebied van AI te zijn en ook Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben met flitsende namen als  ‘Strategy for Digital Growth’ en ‘AI Sector Deal’ in 2018 hun nationale AI strategie aangekondigd. Met andere woorden, het is tijd dat Nederland stopt met slechts toeschouwer zijn, en zelf een plek op het podium inneemt. Een cruciaal onderdeel van het formuleren van een dergelijke strategie is het verbeteren van de samenwerking tussen de overheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven; de triple helix. Een belangrijk instrument hierbij is uiteraard kapitaal. Hoewel Nederland een aantal AI grootmachten kent (TomTom, Booking,com, Wetransfer), blijkt een groot deel van de Nederlandse AI-startups niet in staat internationaal door te groeien. Van de 309 getelde AI-startups in Nederland betekent dit volgens onderzoek van startup-ondersteuner Dutch BaseCamp dat  0,4% (dus één startup!) echt doorgroeit. Voor een land dat kennelijk voldoende AI ambitie in huis heeft, is dat veel te weinig. Een gebrek aan kapitaal ligt helaas vaak ten grondslag aan een vroegtijdige stop.

Hoe kan de Nederlandse overheid investeringen in de AI-sector dan concreet stimuleren? Eén van de antwoorden op deze vraag ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het WBSO instrument dat de RVO hanteert om belastingvoordelen te creëren voor innovatieve hard- en software projecten is sinds 2016 aangescherpt voor ICT onderzoek. Dit heeft ertoe geleid dat nieuwe software geschreven dient te worden in een formele programmeertaal, met als gevolg dat het bedenken van nieuwe algoritmes en het uittekenen van software niet meer onder de WBSO regeling valt. Daarnaast vereist het format van de WBSO dat een innovatie lineair uitgedacht wordt, inclusief verwachte struikelblokken. In tegenstelling tot veel hardware ontwikkelingen is AI innovatie bij uitstek een proces dat uitermate organisch verloopt. Op het moment beperkt de WBSO het podium waarop AI innovatie zich ontwikkelt, terwijl het de ruimte zou moeten bieden voor gemotiveerde AI enthousiastelingen om hun stoutmoedige dromen te realiseren. Daarom lijkt het hoog tijd dat de WBSO zich hierop aanpast en daarmee AI innovatie ondersteunt én stimuleert. Welke positie neemt Nederland in op het AI toneel? Blijven we toeschouwer? Of eisen we een hoofdrol op, en benutten we de planken ten volste?

Auteur: Teun Schröder