R&D subsidies bij SUBtracers

In haar rapport over innovatiebeleid dat vandaag gepubliceerd is, stelt het Centraal Planbureau (CPB), dat bedrijven te gemakkelijk een subsidie of fiscaal voordeel krijgen voor de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten. Zo komt momenteel onderzoek en ontwikkeling dat nieuw is voor het bedrijf zelf, al voor subsidie onder de WBSO regeling in aanmerking.

Innovatiegrens bijstellen naar “nieuw voor de wereld”?

Het CPB stelt, dat de werking van de WBSO zou kunnen worden verbeterd door als voorwaarde te stellen dat het beoogde resultaat van R&D nieuw is voor Nederland of voor de wereld. Dit zou echter gepaard gaan met hogere uitvoeringskosten en extra administratieve lasten voor ondernemingen. Hiermee staat dit haaks op de doelstellingen om de administratieve lastendruk voor ondernemingen te verminderen.

Ook wordt geopperd, dat de aanwezigheid van patenten of octrooien leading zou moeten zijn voor subsidie of fiscaal voordeel. Dit is echter niet van deze tijd. De wereld verandert zo snel, dat alleen de hele grote bedrijven zich druk maken om patenten en octrooien. Als octrooien en patenten leading worden, sluit je het MKB dus grotendeels uit van deze innovatiestimulering.

Appels en peren

Het Centraal Planbureau gaat er in haar rapport aan voorbij, dat er bij subsidieregelingen (o.a. die binnen het topsectoren beleid) grote onderlinge verschillen zijn. Niet alleen qua insteek van de regeling, maar ook qua beoordeling. Hierdoor worden appels met peren vergeleken en ontstaat er grote willekeur bij het bepalen of een specifiek project wel of niet innovatief (genoeg) is. Dat is het grote voordeel van de huidige opzet van de WBSO: binnen deze fiscale regeling wordt nieuwe technologie met nieuwe technologie vergeleken en is de kans op willekeur in de beoordeling veel kleiner.

Wat het CPB ook niet mee lijkt te nemen in haar aanbevelingen, is dat traditionele subsidieregelingen het innovatieproces veel meer verstoren dan bij de WBSO het geval is, juist omdat deze aanvragen veel meer tijd kosten. In ICT bedrijven speelt dit nog veel meer, omdat op dit vlak innovaties erg snel gaan en vaak ook veel meer een kort cyclisch karakter hebben. Een subsidieaanvraag die maanden kost om voor te bereiden en die pas na nog vele maanden uitsluitsel geeft, sluit totaal niet aan op de innovatiepraktijk van innovatieve IT bedrijven.

R&D in Nederland houden

Met de Nederlandse overheidssteun voor innovatie is in totaal zo’n € 1,5 à 2 miljard gemoeid. Welk deel daarvan zou kunnen worden vrijgespeeld door hogere eisen aan subsidies te stellen, kan de belangrijkste auteur van het CPB-rapport, econoom Bas Straathof, niet precies aangeven. Het zou echter om significante bedragen gaan.

“Als het de doelstelling is om research en development in Nederland te houden en ook het MKB hierbij te blijven stimuleren, moet de overheid niet gaan sleutelen aan de WBSO”, aldus Sander Wolfensberger, partner bij SUBtracers.  “Statistisch gezien wordt de keuze voor het in Nederland houden van innovatie juist door de WBSO beïnvloed en niet zozeer door ad-hoc subsidieregelingen. Het verhogen van de drempel om van de WBSO gebruik te kunnen maken, zou dus een zeer negatieve impact hebben op innovatief Nederland.”

Plannen voor innovatieve projecten? Neem contact op met SUBtracers om de mogelijkheden binnen fiscale- of subsidieregelingen na te gaan.