Subsidies en de formatie

Nu gebleken is dat Rutte en Kaag de grote winnaars zijn van de verkiezingen, lijkt een formatie zonder de twee grootste partijen onvoorstelbaar. Wat betekent dit voor het Nederlandse innovatiebeleid? Twee liberale partijen die beide kritisch zijn over innovatiesubsidies, terwijl fiscale innovatie regelingen verreweg het meest effectief zijn gebleken. De hoogste tijd om de effectiviteit van het Nederlandse innovatiebeleid onder de loep te nemen.

Om innovatie te stimuleren verstrekt de Nederlandse overheid zowel fiscale als cash subsidies. Bij fiscale subsidies krijgen innovatieve bedrijven belastingvoordelen. Bij cash subsidies betaalt de overheid een deel van de investering voor een innovatief project. In de praktijk blijken fiscale R&D-regelingen een stuk efficiënter dan cash subsidies. Niet alleen voor de ontvangende bedrijven, maar ook juist voor de overheid zelf.

Fiscale R&D regelingen (de WBSO en Innovatiebox) zijn niet alleen veel eenvoudiger aan te vragen door ondernemers maar ook de slaagkans van goedkeuring is veel groter. Daarnaast zijn er veel lagere eisen voor de subsidieadministratie. Die zijn doorgaans een hel voor bedrijven. Zo hoeven ondernemingen geen subsidierapportages naar de overheid op te sturen en zijn ze niet afhankelijk van partners in een kunstmatig opgetuigd subsidieconsortium. In de praktijk leiden deze subsidie consortia dikwijls tot mislukkingen en teleurstellingen. De controles worden uitgevoerd door de WBSO-adviseurs van de RVO die vrijwel allemaal uiterst betrokken en bekwame techneuten zijn en begrijpen wat bedrijven willen en nodig hebben.

WBSO Geeft Weinig Werklast

De fiscale subsidieregelingen zijn niet alleen voordelig voor bedrijven, maar ook voor de overheid. De eenvoud van de aanvragen en de geringe administratieve eisen leiden tot een betrekkelijke lage werklast voor het kleine effectieve WBSO-team bij RVO. De uitvoeringskosten zijn vergeleken andere cash regelingen bijzonder laag. De miljoenen die de overheid via deze weg uitgeeft om innovatie te stimuleren komen daardoor grotendeels terecht bij innovatieve ondernemers.

Welk probleem?

Er is echter een probleem. De regelingen zijn vooraf niet exact te budgetteren. Hierdoor is het voor Financiën minder goed onder controle te houden, zo denken ze in Den Haag. Dit hoeft echter geen ‘dealbreaker’ te zijn, want doordat de regeling al succesvol bestaat sinds 1994 kun je heel nauwkeurig voorspellen wat de regeling in een bepaald jaar gaat kosten. Weg is het probleem, toch?

Ongevraagd Advies

Nu het er sterk naar lijkt dat Kaag en Rutte de nieuwe formatie gaan leiden wil ik hen graag één advies meegeven. Subsidies leiden vaak tot complexe samenwerk consortia die zelden succesvol eindigen. De Innovatiebox biedt innovatieve bedrijven een korting op hun winstbelasting. Grote, winstgevende ondernemingen profiteren daar volop van, maar het MKB staat dikwijls met lege handen. Ook voor hightech startups, die meestal eerst jaren verlies maken, is de Innovatiebox nauwelijks interessant. Focus daarom de komende vier jaar op die andere fiscale regeling die innovatie stimuleert: de WBSO.

Focus op de WBSO

Deze WBSO kent namelijk nog een zeer belangrijk voordeel. De niet-winstgevende startups hebben er namelijk voordeel van. Niet alleen wordt arbeid in Nederland goedkoper, ook innovatie wordt gestimuleerd. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Daarnaast kent de regeling zeer lage uitvoeringskosten. Juist de WBSO-regeling zorgt er dus voor dat het MKB, de motor van de economie, blijft innoveren. En daar moeten bedrijven als WeTransfer en YoungCapital het toch van hebben!

 

Auteur: Sander Wolfensberger